Joh 11,32-45 H

Joh 11,32-45 - Geroepen om te leven

Homilieën

Voorstel 20--


Voorstel 20--


Voorstel 2020

Iemand die altijd anderen moed gaf.

Steeds op het geluk van andere mensen gericht.

Leefde niet voor zichzelf alleen.

 

In het evangeliestukje dat we hebben gelezen, zien we een heel menselijke Jezus. Hij is bedroefd nu één van zijn vrienden is overleden. Jezus deelt onze gevoelens, in blijdschap maar ook in droefheid. De evangelist vermeldt tweemaal dat Jezus zich ergerde. Hij kan zich toch niet geërgerd hebben aan het verdriet van de zussen van Lazarus? Jezus ergerde zich omdat Lazarus weggeduwd werd. Een steen voor zijn graf gaf de boodschap dat het leven van deze man voorgoed voorbij was.

 

Jezus is niet de man van de dood, maar de man van het leven. Hij laat het graf openen en roept Lazarus bij naam. Wat er werkelijk is gebeurd, kunnen we niet weten. Maar wat Jezus doet, weten we wel: Hij roept Lazarus terug in het leven van zijn zussen Marta en Maria. Jezus lijkt te willen zeggen: als je broer sterft, moet je geen steen op zijn leven leggen; dan moet je hem een nieuwe plaats in je leven geven zodat je met hem kunt verder leven.

 

Jezus is de Christus. Hij is gestorven aan het kruis van de afrekening. Maar de Vader heeft hem opgewekt uit de dood. Zo kan Hij met ons verbonden blijven. Jezus is voor ons veel meer dan louter herinnering aan lang geleden. Hij leeft in ons en met ons, als wij hem die plaats in ons leven willen geven.

 

Dat is de opgave waar wij nu voorstaan. N. is overleden en wij moeten haar/hem een nieuwe plaats geven in ons leven zodat wij met elkaar kunnen verder leven.

 

Beste familieleden van N.

je vrouw/man, jullie moeder/vader is overleden. Dat is een hele aanpassing. Zij/Hij heeft altijd geleefd voor jullie en voor andere mensen. Dat blijft voortduren, heel anders dan tevoren, maar even echt. Jezus de Christus roept haar/hem bij naam en schenkt haar/hem eeuwig leven. Dat geloven wij. Jezus de Christus leeft en je vrouw/man, jullie moeder/vader leeft met hem. Altijd.