Joh 13,4-15

Joh 13,4-15 - Jezus wast de voeten van zijn apostelen

Evangelie

Uit het evangelie volgens Johannes.

Jezus stond tijdens de maaltijd op.

Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om

en goot water in een waskom.

Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen

en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had.

Toen hij bij Simon Petrus kwam, zei die:

‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’

Jezus antwoordde: ‘Wat ik doe, begrijp je nu nog niet,

maar later zul je het wel begrijpen.’

O nee,’ zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’

Maar toen Jezus zei:

‘Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen,’

antwoordde hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten,

maar ook mijn handen en mijn hoofd!’

Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft,

hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein.

Jullie zijn dus rein – maar niet allemaal.’

Hij wist namelijk wie hem zou verraden,

daarom zei hij dat ze niet allemaal rein waren.

Toen hij hun voeten gewassen had,

deed hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats.

‘Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?’ vroeg hij.

Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht,

want dat ben ik ook.

Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb,

moet je ook elkaars voeten wassen.

Ik heb een voorbeeld gegeven;

wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen.

Situering van de tekst

We zijn op het einde van Jezus' leven. Tijdens de laatste maaltijd met zijn leerlingen, stelt Jezus een belangrijk teken van dienstbaarheid. De eucharistie vieren en dienstbaar zijn horen bijeen.

Laatste gebruik van deze tekst:

DROESHOUT

MAZENZELE

NIJVERSEEL

OPWIJK

PEIZEGEM

--

--

--

--

--